EEN SPROOKJE

Het was 5 jaar na de corona crisis en de mensen keken terug en vroegen zich af hoe het ooit mogelijk was geweest dat het vóór die crisis gewoon gevonden werd dat: miljoenen mensen op de vlucht waren voor oorlogsgeweld en welvarende landen de grenzen dicht hielden voor die mensen. Dat er duizenden kinderen per dag van honger stierven terwijl in andere delen van de wereld voedsel werd vernietigd. Ze vroegen zich af hoe het ooit had kunnen gebeuren dat iemand met leugens, manipulatie en bedrog president kon worden van het machtigste land ter aarde. Ze vroegen zich af hoe het mogelijk was geweest dat, terwijl mensen wisten dat de aarde gevaarlijk aan het opwarmen was, de mensen toch voor een paar tientjes de wereld bleven rond vliegen. Ze vroegen zich af waarom ze het normaal gevonden hadden dat de rijkste 1 procent van de wereldbevolking meer dan de helft van alle rijkdom op de wereld bezat. Ze vroegen zich af hoe het kon dat leiders van regimes in naam van een God hele bevolkingsgroepen zomaar konden isoleren, martelen en vermoorden, alleen om aan de macht te kunnen blijven. 

En toen was het in één keer afgelopen geweest. Alsof hen de schellen van de ogen waren gevallen. Alsof de mensen in één keer wakker waren geworden. Niemand wist precies hoe het gebeurd was. Net zoals het virus er ooit onverwacht, snel en onvoorspelbaar was gekomen, zo waren de mensen binnen enkele weken allemaal wakker geworden. Was het gekomen omdat de mensen door het virus gingen nadenken omdat ze even niets anders te doen hadden gehad? Of was het misschien omdat de mensen zagen dat het milieu zich herstelde door de crisis. Of zagen ze voor het eerst dat mensen onbaatzuchtig 24/7 in de weer waren om anderen te redden en werden ze daardoor geïnspireerd. Of was het dat ze door deze crisis tot het inzicht kwamen dat al dat willen en moeten de hele dag door helemaal niet zo goed was. Dat zonder het kunnen verwezenlijken van al die ambitieuze plannen het leven ook gewoon doorging en zonder al die stress. Of was het omdat de toekomst daardoor gewoon een beetje wegviel en daarmee vooral de angst om iets te missen. Of de angst er niet bij te horen. Of de angst om niet bijzonder te zijn. Of de angst voor armoede. Of de angst om te falen. Of de angst om alleen te zijn. Of de angst om dood te gaan. 

Ja dat was het geweest. Het was de angst geweest waardoor mensen elkaar ontweken hadden. Het was de angst geweest waardoor de mensen de grenzen dicht hadden gehouden. Het was de angst geweest die mensen passief had gehouden. Het was de angst geweest en deze angst was in één keer weggevallen. En het was in no time gebeurd en het resultaat was heel eenvoudig geweest. Mensen konden gewoon niet meer gelukkig zijn als ze een ander onnodig zagen lijden. Mensen konden niet meer van het eten genieten als ze zagen dat iemand anders honger had. Mensen vonden het in één keer belachelijk een kast vol kleren te hebben terwijl anderen kou leden. En 3 auto’s voor de deur terwijl anderen kilometers moesten lopen voor een kruik water, hoe raar was dat. Mensen begrepen in één keer echt wat de Ghandi’s, Mandela’s, de Socratessen, de Boeddha’s en de Jezussen door de eeuwen hadden gezegd en de mensen hadden voorgedaan. © Willem Geene juni 2020.

Close

50% Complete